ECLI:NL:CRVB:2020:953
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaamheid arbeidsvermogen bij Wajong-aanvraag met ADHD en ASS
Appellant, geboren in 1999, vroeg een Wajong-uitkering aan vanwege ADHD en een pervasieve ontwikkelingsstoornis (ASS). Het UWV stelde dat appellant momenteel geen arbeidsvermogen heeft, maar dit niet duurzaam is omdat hij met intensieve begeleiding basale werknemersvaardigheden kan ontwikkelen.
Appellant voerde aan dat hij duurzaam arbeidsongeschikt is en overhandigde rapporten van een psychiater en medisch adviseur die zijn beperkingen bevestigen. Het UWV handhaafde het standpunt dat de situatie niet duurzaam is, mede vanwege de jonge leeftijd van appellant en het potentieel voor ontwikkeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en zag geen aanleiding een onafhankelijke deskundige te benoemen. In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt, maar de Raad volgde het oordeel van het UWV en de rechtbank dat appellant met intensieve begeleiding kan participeren.
De Raad concludeert dat de prognose op de datum in geding voldoende onderbouwd is en dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV dat appellant niet duurzaam arbeidsongeschikt is, wordt bevestigd.