ECLI:NL:CRVB:2020:95
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op toekenning op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling wegens onvoldoende bewijs verblijf in oorlogsomstandigheden
Appellant verzocht in juni 2017 om een uitkering op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR). Dit verzoek werd door de Pensioen- en Uitkeringsraad afgewezen omdat niet was aangetoond dat appellant in de zin van de AOR in oorlogsomstandigheden verkeerde. Na bezwaar handhaafde verweerder dit besluit.
In het beroep stelde appellant dat hij samen met zijn oma in een KNIL-kampement te Makassar verbleef tijdens ongeregeldheden na de soevereiniteitsoverdracht. De Raad beoordeelde de beschikbare gegevens, waaronder relatiedossiers van familieleden en een dagboek van de vader van appellant. Deze gegevens boden echter onvoldoende bevestiging van het verblijf in Makassar tijdens de relevante periode.
Daarnaast werd een verklaring van een getuige over bezoeken aan appellant en zijn oma in Makassar niet overtuigend geacht vanwege onduidelijkheden over de verblijfplaats en relatie van de getuige. De Raad wees het verzoek om deze getuige te horen af en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van verblijf in oorlogsomstandigheden volgens de AOR.