ECLI:NL:CRVB:2020:925
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering AOW-pensioen na huwelijk en schending inlichtingenplicht
Appellant ontving sinds het overlijden van zijn echtgenote een AOW-pensioen volgens de norm van een ongehuwde. Na zijn hertrouwen in Marokko in 2016 en de inschrijving van dit huwelijk in de Basisregistratie Personen op 27 februari 2017, werd dit niet tijdig door de Sociale verzekeringsbank (Svb) verwerkt. Pas na een telefonische melding door appellant op 28 juli 2017 werd het pensioen herzien.
De Svb herzag het pensioen met terugwerkende kracht vanaf november 2016 tot juli 2017 naar de gehuwdennorm en vorderde het te veel betaalde bedrag van € 3.147,36 terug. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het bezwaar werd grotendeels ongegrond verklaard, met uitzondering van uitstel van betaling vanwege zijn financiële situatie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant de inlichtingenplicht had geschonden en er geen dringende redenen waren om van terugvordering af te zien. De Raad onderschrijft dit oordeel volledig en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt dat de Svb terecht het pensioen heeft herzien en teruggevorderd, ondanks de vertraagde verwerking van het huwelijk door de Svb.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van het te veel ontvangen AOW-pensioen en wijst het hoger beroep af.