ECLI:NL:CRVB:2020:915
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens te late griffierechtbetaling ongegrond verklaard
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellante deed hiertegen verzet en stelde dat zij het griffierecht later alsnog had voldaan.
De Centrale Raad van Beroep behandelde het verzet en oordeelde dat appellante geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die konden rechtvaardigen dat zij niet in verzuim was geweest. Het griffierecht was pas na afloop van de termijn bijgeschreven, zonder geldige reden voor de vertraging.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 10 april 2020.
Uitkomst: Het verzet van appellante tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar hoger beroep wegens te late betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.