Appellant ontving een ouderdomspensioen met een korting vanwege niet-verzekerde jaren en schuldig nalatig verklaarde premiebetalingen. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) handhaafde deze korting bij besluit van 10 augustus 2015 en in bezwaar van 25 april 2016. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betwist appellant de toepassing van de korting.
De Svb verlaagde later de schuldig nalatig-verklaring over 2011 en verhoogde het pensioen met ingang van mei 2016. De Raad stelt vast dat deze verhoging terugwerkt tot maart 2014, waardoor het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd. De Raad oordeelt dat de niet-verzekerde periodes en schuldig nalatig-verklaringen terecht hebben geleid tot een korting van 22%, waarbij de schuldig nalatig-verklaring over 2011 niet is meegenomen vanwege reeds toegepaste korting.
De Raad veroordeelt de Svb in de proceskosten en bepaalt dat het besluit van 10 augustus 2015 wordt herroepen en vervangen door deze uitspraak. Partijen kunnen binnen zes weken cassatie instellen bij de Hoge Raad.