ECLI:NL:CRVB:2020:776
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen afwijzing AOW-pensioen
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van 28 april 2017 van de Sociale verzekeringsbank (Svb) waarin zijn aanvraag voor een AOW-pensioen werd afgewezen. Dit bezwaar werd door de Svb niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend. Appellant gaf aan dat ziekte hem verhinderde het bezwaar tijdig in te dienen.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat de verzending van het besluit correct was en dat de bezwaartermijn op 26 oktober 2017 begon te lopen en op 6 december 2017 eindigde. Het bezwaarschrift van appellant was pas op 5 februari 2018 ontvangen, ruim na het verstrijken van de termijn. De rechtbank verwierp het beroep van appellant omdat het niet aannemelijk was dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was.
In hoger beroep bracht appellant geen nieuwe gronden naar voren en voerde hij geen argumenten aan tegen de niet-ontvankelijkverklaring. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en bevestigde de uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt bevestigd.