Uitspraak
19 juli 2019, 19/185 (aangevallen uitspraak)
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
L.R. Scherpenzeel-Carlier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
19 maart 2020.
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant inzake een WIA-zaak. Het beroepschrift bevatte echter geen beroepsgronden, waardoor de Centrale Raad van Beroep appellant meerdere malen in de gelegenheid heeft gesteld deze alsnog binnen een termijn van vier weken in te dienen.
Ondanks deze kansen heeft appellant geen beroepsgronden ingediend en is ook geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Hierdoor is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder dat de inhoudelijke zaak is onderzocht.
De Raad heeft geen aanleiding gezien om appellant te veroordelen in de proceskosten. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 maart 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van beroepsgronden binnen de gestelde termijnen.