ECLI:NL:CRVB:2020:622
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet tijdig indienen hogerberoepschrift en gebrek aan bewijs vertraging postbezorging
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet tijdig was ingediend. Appellante stelde in verzet dat de vertraging in de postbezorging in Marokko de oorzaak was van het late indienen. Tevens gaf zij aan dat haar studie en reizen tussen twee gemeenten haar belemmerden om direct kennis te nemen van de post.
De Centrale Raad van Beroep heeft het verzet behandeld, waarbij beide partijen niet verschenen. De Raad oordeelde dat appellante geen bewijsstukken had overgelegd die de vertraging in de postbezorging konden onderbouwen. Daarnaast had appellante een derde kunnen inschakelen om haar post te beheren. Hierdoor kon niet worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim was.
De Raad verklaarde het verzet ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter C.H. Bangma, met griffier R.I.S. van Haaren, op 6 maart 2020.
Uitkomst: Het verzet van appellante wordt ongegrond verklaard wegens gebrek aan bewijs voor vertraging en niet tijdig indienen hogerberoepschrift.