ECLI:NL:CRVB:2020:600
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische beoordeling bevestigd
Appellant was ziek gemeld wegens een hersenabces en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering omdat appellant volgens medisch en arbeidskundig onderzoek meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat zijn klachten onvoldoende waren meegewogen en dat hij niet in staat was de geduide functies te vervullen. Hij verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige. De Raad oordeelde dat het UWV de medische situatie adequaat had beoordeeld, inclusief de verklaringen van de neuroloog en de functionele mogelijkhedenlijst (FML). De aanvullende stukken van appellant brachten geen nieuwe feiten aan het licht.
De Raad concludeerde dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch passend waren en dat de arbeidsdeskundige rapporten de belastbaarheid van appellant juist weerspiegelen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling.