ECLI:NL:CRVB:2020:519
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag op grond van artikel 12g tweede lid MAW na afwijzing beroep
Appellant is op 1 januari 2018 ontslagen op grond van artikel 12g, tweede lid, van de Militaire Ambtenarenwet 1931 (MAW). Dit ontslag volgde na advies van de commissie ex artikel 45 MAW Pro, die een herplaatsingsonderzoek en externe arbeidsbemiddeling adviseerde. De staatssecretaris heeft dit advies opgevolgd, waarbij appellant het herplaatsingsonderzoek heeft prijsgegeven en een voorstel tot ontslag met wederzijds goedvinden heeft afgewezen.
De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van appellant tegen het ontslagbesluit ongegrond. Appellant herhaalde in hoger beroep zijn eerdere beroepsgronden, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en maakte de motivering daarvan tot de zijne.
De Raad overwoog dat de staatssecretaris het advies van de commissie heeft gevolgd en dat het herplaatsingsonderzoek achterwege kon blijven omdat appellant dit zelf heeft opgegeven. Ook is aangetoond dat ontslag met wederzijds goedvinden is onderzocht. Het hoger beroep faalt en het bestreden besluit wordt bevestigd. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslagbesluit wordt bevestigd.