ECLI:NL:CRVB:2020:507
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek nabetaling salaris volgens salarisschaal 12 over periode 2006-2015
Appellant was sinds 1 september 1998 werkzaam bij het Ministerie van Defensie en kreeg per 1 mei 2006 een functie toegewezen die werd bezoldigd volgens salarisschaal 10 van het IBBAD. In 2012 werd deze functie aangepast en ingedeeld in salarisschaal 11, waarbij de nabetaling over de periode vanaf 1 mei 2006 werd voldaan. Na een reorganisatie en detachering bij het Rijksvastgoedbedrijf werd de functie van appellant uiteindelijk ingedeeld in salarisschaal 12.
Naar aanleiding van een uitspraak van de rechtbank in 2016 verzocht appellant om een nabetaling van salaris volgens salarisschaal 12 over de periode van 1 mei 2006 tot 1 augustus 2015. Dit verzoek werd door de staatssecretaris afgewezen en het bezwaar hiertegen werd ongegrond verklaard, waarbij werd overwogen dat de eerdere besluiten in rechte vaststonden en er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat de staatssecretaris terecht het verzoek heeft afgewezen op grond van artikel 4:6 van Pro de Awb omdat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd. De Raad zag geen aanleiding om de inhoudelijke argumenten of de verjaring van de vordering te beoordelen en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het verzoek tot nabetaling van salaris volgens salarisschaal 12 over de periode 2006-2015 wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.