ECLI:NL:CRVB:2020:3155
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens ontbreken toegenomen beperkingen
Appellante, werkzaam als beveiliger, viel op 3 juli 2013 uit voor haar werkzaamheden en vroeg in 2015 een WIA-uitkering aan. Het UWV kende haar een WIA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 100%. Na herbeoordelingen stelde het UWV vast dat zij per 1 mei 2016 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WGA-uitkering toe te kennen. Appellante maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard.
In 2017 meldde appellante zich toegenomen arbeidsongeschikt, maar het UWV stelde na onderzoek vast dat haar belastbaarheid niet was gewijzigd en weigerde opnieuw een WIA-uitkering toe te kennen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen adequaat in de Functionele Mogelijkhedenlijst waren verwerkt.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar gezondheid verslechterd was en dat het onderzoek naar haar psychische klachten onvoldoende was geweest. De Raad oordeelde dat de verzekeringsartsen de klachten zorgvuldig hadden meegewogen en dat er geen nieuwe medische stukken waren die de eerdere conclusies ondermijnden. Het verzoek om een onafhankelijke deskundige werd afgewezen en het hoger beroep werd verworpen. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.