Uitspraak
18.4982 WIA
3 augustus 2018, 18/411 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
4 december 2018.
BESLISSING
A.L. Abdoellakhan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 december 2020.
Centrale Raad van Beroep
Belanghebbende, een nationaal vrachtwagenchauffeur, meldde zich ziek in 2011 en kreeg vanaf 2013 een WGA-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidsklasse van 35-80%. Na een herbeoordeling in 2017 werd de uitkering omgezet naar een loonaanvullingsuitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van circa 36%. Het UWV selecteerde bepaalde functies die belanghebbende nog kon uitvoeren en wees andere functies af vanwege beperkingen zoals duwen/trekken en opleidingsvereisten.
Appellante, de werkgever, stelde dat het UWV onterecht functies met een hogere loonwaarde had uitgesloten, zoals chauffeur personenvervoer en taxibuschauffeur, en dat deze functies passend gemaakt konden worden. De rechtbank oordeelde echter dat de arbeidsdeskundige voldoende had gemotiveerd waarom deze functies ongeschikt waren, met name vanwege de onlosmakelijke taak van het duwen van rolstoelen die niet met eenvoudige voorzieningen kon worden verminderd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de functiebeschrijving en de functiebelasting zoals opgenomen in het CBBS leidend zijn. Het hoger beroep van appellante wordt verworpen omdat het UWV terecht de WGA-uitkering ongewijzigd heeft voortgezet. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De WGA-uitkering van belanghebbende is terecht ongewijzigd voortgezet.