ECLI:NL:CRVB:2020:3067
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatst werkzaam als procesoperator, vroeg een WIA-uitkering aan na ziekmelding wegens psychische klachten. Het UWV stelde op basis van medische en arbeidskundige rapporten een arbeidsongeschiktheid van 18,05% vast en weigerde de uitkering omdat dit onder de 35% grens ligt.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen en belastbaarheid van appellant overtuigend waren vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het dossier onvolledig was en dat relevante informatie van de GGZ ontbrak, maar kon dit niet onderbouwen met nieuwe medische gegevens.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank haar beslissing goed heeft gemotiveerd en dat er geen aanleiding is de medische grondslag of de beoordeling van de passendheid van de voorbeeldfuncties te betwijfelen. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.