ECLI:NL:CRVB:2020:300
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang bij terugbetaling leenbijstand
In deze zaak stond het besluit tot terugbetaling van leenbijstand centraal, waarbij de bijstand in één keer moest worden terugbetaald. De rechtbank Rotterdam had het beroep van appellante ongegrond verklaard. Tijdens de zitting in hoger beroep bevestigde de gemachtigde van appellante dat appellante geen belang meer heeft bij het hoger beroep, aangezien de terugbetaling van de leenbijstand inmiddels plaatsvindt via maandelijkse inhouding op de toegekende algemene bijstand.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde daarom dat er geen aanleiding is voor een veroordeling in de proceskosten en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Deze beslissing werd in het openbaar uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 4 februari 2020.
De uitspraak benadrukt het belang van het belanghebbendevereiste bij hoger beroep in bestuursrechtelijke zaken en bevestigt dat het ontbreken van belang leidt tot niet-ontvankelijkheid van het beroep. De procedure werd daarmee beëindigd zonder inhoudelijke behandeling van het geschil over de terugbetaling van leenbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang bij appellante.