ECLI:NL:CRVB:2020:2925
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand voor resterende tandartskosten wegens ontbreken zeer dringende redenen
Appellant heeft op 14 juli 2017 bijzondere bijstand aangevraagd voor tandartskosten ter hoogte van €3.315,70. Het Drechtstedenbestuur kende slechts €570,- toe en wees de rest af, omdat de Zorgverzekeringswet als passende voorziening werd beschouwd en appellant een betalingsregeling voor de premie had getroffen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het bestuur buitenwettelijk begunstigend beleid consistent toepaste en dat geen sprake was van zeer dringende redenen in de zin van artikel 16 van Pro de Participatiewet. Appellant voerde in hoger beroep voornamelijk dezelfde argumenten aan zonder nieuwe gronden.
De Raad voegde toe dat hoewel de tandartsbrief van 10 augustus 2017 de noodzaak tot snelle behandeling van ontstekingen bevestigt, er geen sprake was van een acute noodsituatie zoals levensbedreiging of blijvend ernstig letsel. Het hoger beroep werd verworpen en appellant werd niet in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd wegens ontbreken van zeer dringende redenen voor aanvullende bijzondere bijstand.