ECLI:NL:CRVB:2020:2905
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht
Appellante ontving algemene bijstand en bijzondere bijstand voor bewindvoerderskosten. Naar aanleiding van een fraudesignaal werd vastgesteld dat zij vanaf 27 november 2017 inkomsten uit arbeid bij X ontving die gelijk of hoger waren dan haar bijstandsnorm.
Het college trok de bijstand met ingang van die datum in en vorderde de reeds ontvangen bijstand terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, omdat zij niet tijdig haar inkomsten had gemeld. Appellante stelde in hoger beroep dat zij telefonisch melding had gemaakt, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen.
De Raad oordeelde dat appellante de inlichtingenplicht had geschonden, dat de terugvordering terecht was en dat het beroep ongegrond bleef. Tevens corrigeerde de Raad een kennelijke misslag in het terugvorderingsbedrag. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.