ECLI:NL:CRVB:2020:2859
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. De Raad wees het verzoek om vrijstelling van betaling af vanwege het ontbreken van een actuele uitkerings- of salarisspecificatie.
Appellant deed verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en voerde aan dat een eerder overgelegde belastingopgave van 2018 toereikend was voor het aantonen van betalingsonmacht. Tijdens het verzet werd alsnog een actuele uitkeringsspecificatie overgelegd, maar de Raad oordeelde dat dit te laat was en dat het inkomen waarschijnlijk te hoog was om betalingsonmacht aan te nemen.
De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat appellant in verzuim was gebleven en verklaarde het verzet ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door C.H. Bangma, in aanwezigheid van griffier R.H. Koopman, op 13 november 2020.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van griffierecht is ongegrond verklaard.