ECLI:NL:CRVB:2020:2855

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 november 2020
Publicatiedatum
18 november 2020
Zaaknummer
19/4818 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.T.H. Zimmerman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en toewijzing proceskosten

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Het UWV nam op 12 mei 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar waarbij volledig aan de bezwaren van appellant werd tegemoetgekomen. Vervolgens trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Centrale Raad van Beroep om het UWV te veroordelen in de proceskosten.

De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het hoger beroep gesloten. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht is het mogelijk het bestuursorgaan te veroordelen in de kosten indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan aan de bezwaren tegemoet is gekomen.

De Raad heeft het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant, begroot op €1.050,- in beroep en €525,- in hoger beroep voor rechtsbijstand, en €3.049,20 voor de kosten van een medisch adviseur. Het griffierecht kan appellant rechtstreeks bij het UWV verhalen.

De uitspraak werd gedaan door J.T.H. Zimmerman op 18 november 2020.

Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant na intrekking van het hoger beroep wegens gewijzigde beslissing.

Uitspraak

Datum uitspraak: 18 november 2020
19/4818 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van
11 oktober 2019, 19/1380 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.S. Kerkhof-Pöttger hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 12 mei 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 19 mei 2020 heeft mr. Kerkhof-Pöttger namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 12 mei 2020 volledig aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de proceskosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op
€ 1.050,- in beroep en € 525,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.
Met betrekking tot de vordering van de kosten van drs. H.J.M. Stammers, verzekeringsarts/medisch adviseur, is de Raad van oordeel dat deze kosten tot een bedrag van € 3.049,20 voor vergoeding in aanmerking komen.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 4.624,20.
Deze uitspraak is gedaan door J.T.H. Zimmerman, in tegenwoordigheid van
K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
18 november 2020.
(getekend) J.T.H. Zimmerman
(getekend) K.R. van Renswoude

RB