ECLI:NL:CRVB:2020:2810
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het verschuldigde griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald nadat een verzoek om vrijstelling was afgewezen.
Appellant deed verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en voerde aan dat hij in het buitenland verbleef en daarom geen gegevens kon opsturen. De Raad stelde vast dat appellant geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die konden leiden tot de conclusie dat hij niet in verzuim was geweest.
De Raad benadrukte dat appellant zelf verantwoordelijk is voor het doorgeven van een juist correspondentieadres. Er waren geen overige omstandigheden die het verzet konden rechtvaardigen. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door C.H. Bangma, voorzitter, in aanwezigheid van griffier R.H. Koopman op 13 november 2020.
Uitkomst: Het verzet van appellant wordt ongegrond verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.