ECLI:NL:CRVB:2020:2719
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling bevestigd
Appellant, laatstelijk werkzaam als timmerman, meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten en ontving een Ziektewet-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering na een eerstejaars beoordeling omdat appellant volgens medisch en arbeidskundig onderzoek meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen met aangepaste functies.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn psychische klachten, waaronder herbeleving van trauma en ernstige depressie, onvoldoende waren meegewogen, maar bracht geen nieuwe feiten aan die het eerdere oordeel konden veranderen.
De Raad concludeert dat het UWV de medische situatie van appellant juist heeft beoordeeld en dat de voorgestelde functies medisch geschikt zijn. De klachten die appellant aanvoerde waren reeds bekend en verwerkt in het onderzoek. De beëindiging van de Ziektewet-uitkering met ingang van 4 augustus 2018 wordt daarom bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 4 augustus 2018.