ECLI:NL:CRVB:2020:2717
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig voorman timmerman, meldde zich ziek met psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV weigerde deze omdat appellant niet voldeed aan de wachttijd en zijn arbeidsongeschiktheid lager werd ingeschat dan 35%.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was en dat appellant met zijn beperkingen nog enkele functies kon vervullen. Appellant voerde hoger beroep aan met aanvullende medische stukken en betwistte het opleidingsniveau.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de nieuwe medische stukken niet relevant zijn voor de datum in geschil en onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de functies passend zijn. De Raad bevestigde de weigering van de WIA-uitkering en wees proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.