ECLI:NL:CRVB:2020:2703
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden in sociale zekerheidszaak
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg in een sociale zekerheidszaak. Het beroepschrift bevatte echter geen gronden, wat in strijd is met artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De gemachtigde van appellante is tweemaal schriftelijk in de gelegenheid gesteld om dit te herstellen, maar heeft beide termijnen ongebruikt laten verlopen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat er geen verontschuldigingen zijn voor het verzuim en verklaart het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er wordt geen inhoudelijke behandeling van de zaak gegeven en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter H. Benek en griffier T. Hemelrijk-van den Oudenalder op 4 november 2020. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet herstellen daarvan binnen de gestelde termijnen.