ECLI:NL:CRVB:2020:2655
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig indienen beroepschrift WMO
De appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). Het beroepschrift werd op 20 februari 2020 ontvangen, terwijl de beroepstermijn zes weken bedroeg en het beroepschrift uiterlijk op 23 januari 2020 ter post bezorgd had moeten zijn. De poststempel op de enveloppe toonde aan dat het beroepschrift pas op 19 februari 2020 ter post was bezorgd.
De gemachtigde van appellant voerde aan dat het beroepschrift op 3 februari 2020 per gewone post was verzonden en verwees naar een slechte dienstverlening van Post.nl. Ook gaf hij aan het beroepschrift niet aangetekend te hebben verzonden vanwege een eerdere negatieve ervaring met aangetekende post. Deze stellingen werden door de Raad niet als voldoende bewijs voor tijdige verzending geaccepteerd.
De Raad merkt op dat volgens vaste rechtspraak de datum van het poststempel bepalend is voor de dag van ter post bezorging, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat dit eerder was. Omdat het beroepschrift niet binnen de termijn was ontvangen en ook niet binnen een week na afloop van de termijn, is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en besluit zonder verder onderzoek.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening van het beroepschrift.