ECLI:NL:CRVB:2020:2603
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening beroepschrift WMO
De Centrale Raad van Beroep behandelde het hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). Het beroepschrift was gericht tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Leiden.
De Raad stelde vast dat het beroepschrift niet tijdig was ingediend. De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken vanaf de dag na de bekendmaking van de aangevallen uitspraak. De uitspraak was op 23 december 2019 per aangetekende post aan partijen toegezonden, terwijl het beroepschrift pas op 20 februari 2020 werd ontvangen en op 19 februari 2020 ter post was bezorgd, wat buiten de termijn viel.
De gemachtigde van appellant voerde aan dat het beroepschrift op 3 februari 2020 per gewone post was verzonden en dat vertraging te wijten was aan de postdienst. Dit werd niet als voldoende reden geaccepteerd om het verzuim te verontschuldigen. De Raad oordeelde dat de enkele stelling van tijdige verzending onvoldoende was om het verzuim te ontkennen.
Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk zonder verdere inhoudelijke behandeling. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het beroepschrift.