ECLI:NL:CRVB:2020:2542
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische beoordeling bevestigd
Appellant, laatstelijk werkzaam als orderpicker, meldde zich ziek met fysieke klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaars beoordeling stelde een verzekeringsarts beperkingen vast en een arbeidsdeskundige berekende dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen. Het UWV beëindigde daarop de uitkering, wat appellant betwistte.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de arbeidsdeskundige de belastbaarheid en geschiktheid van functies voldoende had gemotiveerd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn klachten ernstiger waren dan aangenomen, maar kon dit niet met nieuwe medische informatie onderbouwen.
De Raad volgde de rechtbank en concludeerde dat de medische en arbeidskundige beoordelingen juist waren, dat de beperkingen van appellant goed waren vastgesteld en dat er geen reden was om aan de juistheid van het besluit te twijfelen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Ziektewetuitkering terecht is beëindigd.