ECLI:NL:CRVB:2020:2481
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep tegen UWV-beslissingen en toewijzing proceskosten
Appellant stelde hoger beroep in tegen beslissingen van het UWV met betrekking tot de WIA. Tijdens de zitting op 16 januari 2020 gaf het UWV te kennen de bestreden beslissingen niet langer te handhaven. Naar aanleiding hiervan trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het hoger beroep gesloten. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het UWV veroordeeld tot betaling van de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken.
De proceskosten zijn vastgesteld op € 1.050,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep. Appellant kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het UWV verhalen. De uitspraak is gedaan op 23 september 2020 door rechter D. Hardonk-Prins in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van € 1.050,- aan proceskosten aan appellant na intrekking van het hoger beroep.