ECLI:NL:CRVB:2020:2472
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag indicatie voor 24-uurs Wlz-zorg bevestigd na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante, geboren in 1965 en rolstoelafhankelijk door chronische pijnklachten, vroeg op 16 november 2017 een indicatie voor langdurige zorg aan. Het CIZ wees deze aanvraag bij besluit van 17 januari 2018 af, waarna ook het bezwaar bij besluit van 21 juni 2018 ongegrond werd verklaard. De medische adviezen waarop het CIZ zich baseerde stelden vast dat appellante lichamelijke handicaps heeft, maar dat haar cognitieve vermogens voldoende zijn om regie te voeren en hulp in te roepen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond, stellende dat de medische adviezen rechtmatig en zorgvuldig waren en dat appellante in staat is hulp in te roepen, bijvoorbeeld via een alarmsysteem. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij bij valpartijen in paniek raakt en geen hulp kan inroepen, waardoor 24-uurs zorg noodzakelijk is.
De Raad oordeelt dat het CIZ het besluit terecht baseerde op de medische adviezen die zorgvuldig tot stand zijn gekomen met inbreng van behandelaars en huisarts. Appellante heeft geen medische informatie overgelegd die de juistheid van deze adviezen ondermijnt. Er is onvoldoende bewijs dat zij niet in staat is hulp in te roepen op relevante momenten. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
De Raad ziet geen aanleiding voor een kostenveroordeling en spreekt de beslissing uit in het openbaar op 14 oktober 2020.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor 24-uurs Wlz-zorg wordt bevestigd wegens onvoldoende bewijs van blijvende behoefte aan zorg in de nabijheid.