ECLI:NL:CRVB:2020:2347
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV en veroordeling in proceskosten
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Tijdens de procedure heeft het UWV op 16 december 2019 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek van appellant om het UWV te veroordelen in de proceskosten toegewezen. Omdat appellant in bezwaar niet door een professionele rechtsbijstandverlener was bijgestaan, zijn er geen kosten voor bezwaarvergoeding toegekend.
De Raad heeft het UWV veroordeeld tot vergoeding van de kosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep, begroot op € 1.575,-. Voor het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het UWV wenden.
De uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins op 23 september 2020.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van € 1.575,- aan proceskosten aan appellant na intrekking van het hoger beroep.