ECLI:NL:CRVB:2020:2265
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet melden huur bedrijfspand
Appellant ontving bijstand sinds november 2013 en huurde een bedrijfspand waar in 2016 een hennepkwekerij werd aangetroffen. Het college startte een onderzoek en besloot de bijstand over de periode tot april 2016 in te trekken en terug te vorderen wegens het niet melden van de huur van het pand.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. Appellant stelde in hoger beroep dat de huurovereenkomst niet rechtsgeldig was en dat de huurperiode eerder was geëindigd, maar deze gronden werden verworpen op basis van de huurovereenkomst en verklaringen van de eigenaar.
De Raad oordeelde dat appellant de inlichtingenverplichting schond door de huur niet te melden, wat een rechtsgrond vormt voor intrekking van bijstand indien het recht niet kan worden vastgesteld. Appellant kon niet aannemelijk maken dat hij recht had op bijstand gezien de hoge huur- en energiekosten in verhouding tot de ontvangen bijstand.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet melden van de huur van het bedrijfspand.