ECLI:NL:CRVB:2020:2243
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding CBD-olie wegens onbekende oorzaak slokdarmklachten bij burger-oorlogsslachtoffer
Appellant, erkend als burger-oorlogsslachtoffer vanwege internering tijdens de Japanse bezetting, verzocht om vergoeding van kosten voor cannabidiol (CBD-olie) ter behandeling van slokdarmklachten. Verweerder wees dit af wegens gebrek aan medische noodzaak en onduidelijkheid over de oorzaak van de klachten.
De Raad beoordeelde op basis van medische adviezen van meerdere artsen dat geen verband bestaat tussen de klachten en het oorlogsgeweld. De medische gegevens tonen geen onderliggende aandoening die het oorlogsgeweld als oorzaak kan aanwijzen. De mogelijkheid van refluxziekte of achalasie werd niet bevestigd.
Appellant beriep zich op de omgekeerde bewijslast uit de Wubo, stellende dat bij onbekende oorzaak het oorlogsgeweld als oorzaak moet worden aangenomen. De Raad verwierp dit beroep omdat vaste rechtspraak vereist dat een medische basis voor toeschrijving aanwezig moet zijn.
Daarmee is het bestreden besluit deugdelijk gemotiveerd en voorbereid. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van medisch bewijs voor oorzakelijk verband tussen slokdarmklachten en oorlogsgeweld.