ECLI:NL:CRVB:2020:2199
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Volgens artikel 8:41 Awb Pro dient bij het indienen van een beroepschrift griffierecht te worden betaald, hetgeen ook van toepassing is op hoger beroep op grond van artikel 8:108 Awb Pro.
Appellant is meerdere malen schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van €128,- en de betalingstermijnen. Ondanks een beroep op betalingsonmacht en het tijdig indienen van een ingevuld formulier met een recente uitkeringsspecificatie, is dit beroep afgewezen omdat appellant niet aan de criteria voldeed. Hierna volgden nog aanvullende herinneringen en aanmaningen.
Het griffierecht is uiteindelijk niet binnen de gestelde termijn betaald. De Raad oordeelt dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk zonder verder onderzoek. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.