ECLI:NL:CRVB:2020:2198
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Volgens artikel 8:41 en Pro 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht is het betalen van griffierecht verplicht bij het indienen van hoger beroep. Appellant is meerdere malen schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid en de termijn voor betaling van het griffierecht van €128,-.
Appellant heeft een beroep op betalingsonmacht gedaan en een formulier met bewijsstukken ingediend, maar dit beroep is afgewezen omdat niet aan de criteria werd voldaan. Ondanks herhaalde aanmaningen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald.
Op grond van deze feiten is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder verdere inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 15 september 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.