ECLI:NL:CRVB:2020:2158
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen
Appellante heeft een Wajong-uitkering aangevraagd, welke door het UWV is geweigerd op grond van het oordeel dat zij arbeidsvermogen bezit. De rechtbank Rotterdam heeft dit besluit bevestigd, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad heeft het oordeel van de rechtbank gevolgd dat de medische en arbeidskundige rapporten van het UWV voldoende gemotiveerd zijn. Ondanks de klachten van appellante, waaronder colitis ulcerosa, reuma en psychische klachten, is vastgesteld dat zij ten minste vier uur per dag belastbaar is en een uur aaneengesloten kan werken. De taak 'scannen' is als passend beoordeeld, waarbij rekening is gehouden met haar beperkingen.
Appellante's stellingen over onvoldoende basale werknemersvaardigheden en beperkingen voor hand- en vingergebruik zijn niet onderbouwd met nieuwe medische gegevens. Ook het overgelegde Wmo-besluit uit 2017 is niet relevant voor de datum in geschil. De Raad concludeert dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat appellante arbeidsvermogen heeft, waardoor de Wajong-uitkering terecht is geweigerd.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen Wajong-uitkering krijgt omdat zij arbeidsvermogen heeft.