ECLI:NL:CRVB:2020:2105
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De gemachtigde van appellant is op 4 februari 2020 schriftelijk geïnformeerd over de verschuldigdheid van een griffierecht van €131,-, met de mededeling dat betaling binnen 28 dagen moest plaatsvinden. Op 6 maart 2020 is nogmaals per aangetekende brief gewezen op de betalingstermijn en de consequenties van niet tijdige betaling.
Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter E.C.R. Schut in aanwezigheid van griffier T. Hemelrijk-van den Oudenalder. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden aangetekend.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.