ECLI:NL:CRVB:2020:204
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor arbeid
De Centrale Raad van Beroep heeft op 16 januari 2020 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 26 april 2018. Het geschil betreft de beëindiging van de Ziektewetuitkering van appellant per 13 april 2017, omdat hij volgens het UWV geschikt is voor de functie van inpakker.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard en geoordeeld dat het medisch en arbeidskundig onderzoek van het UWV zorgvuldig en juist was uitgevoerd. De artsen van het UWV hadden het dossier bestudeerd en lichamelijk en psychisch onderzoek verricht, waarbij alle klachten en medische informatie waren meegewogen.
Appellant verzocht in hoger beroep om inschakeling van een onafhankelijke deskundige, maar de Raad volgde dit verzoek niet vanwege het ontbreken van aanleiding en twijfel aan de medische beoordeling. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het besluit zorgvuldig was voorbereid en dat de medische en arbeidskundige grondslag juist was.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak is gebaseerd op een zorgvuldige afweging van het dossier en het eigen onderzoek van de verzekeringsartsen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering omdat appellant geschikt is voor arbeid.