Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het verzet gegrond;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van het verzet van appellante tot een bedrag van € 262,50.
Centrale Raad van Beroep
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, maar de Centrale Raad van Beroep verklaarde dit hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling van het griffierecht. Namens appellante werd verzet gedaan tegen deze beslissing.
Uit het verzet bleek dat de brief waarin de termijn voor betaling werd gesteld, niet op de juiste wijze aan appellante was betekend. PostNL bevestigde dat de brief niet correct was aangeboden. Hierdoor werd het verzet gegrond verklaard, de eerdere uitspraak van 10 april 2020 verviel en werd het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Appellante kreeg een nieuwe termijn voor het voldoen van het griffierecht van €128,-. Daarnaast werd het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) veroordeeld tot betaling van de proceskosten van het verzet aan appellante, een bedrag van €262,50 voor verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vervalt en het onderzoek wordt voortgezet met een nieuwe termijn voor betaling van het griffierecht.