Uitspraak
19 september 2019, 18/5600 en 18/5601 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar heeft nagelaten het vereiste griffierecht te betalen ondanks meerdere aanmaningen. Daarnaast is het beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken ingediend, aangezien de uitspraak op 19 september 2019 aan partijen is toegezonden en het beroepschrift pas op 20 november 2019 digitaal is ontvangen.
Appellant voerde aan dat hij de uitspraak pas op 8 november 2019 had ontvangen en betwistte dat de rechtbank de uitspraak per aangetekende post had verzonden. De Raad oordeelde echter dat het risico van niet-afhalen van aangetekende post voor rekening van appellant komt en dat dit geen reden is om het beroep alsnog ontvankelijk te verklaren.
Gezien het niet betalen van het griffierecht en het niet tijdig indienen van het beroepschrift, verklaarde de Centrale Raad van Beroep de hoger beroepen niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De hoger beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van griffierecht en niet tijdig indienen van het beroepschrift.