Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
24 maart 2020 dit verzoek ingewilligd en de termijn voor het indienen van de beroepsgronden verlengd tot en met 16 april 2020.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Volgens artikel 6:5 Awb Pro dient het beroepschrift de gronden van het beroep te bevatten. Hoewel appellant in de gelegenheid is gesteld om deze gronden binnen een gestelde termijn in te dienen, zijn deze niet tijdig ontvangen. Uitstelverzoeken zijn deels ingewilligd, maar de uiteindelijke termijn is ongebruikt verstreken.
De Raad heeft appellant nogmaals een termijn gegeven om de beroepsgronden in te dienen, met de waarschuwing dat overschrijding tot niet-ontvankelijkheid zou leiden. De beroepsgronden werden pas na deze termijn ingediend. De omstandigheden aangevoerd als verontschuldiging, zoals ziekte van de gemachtigde en communicatieproblemen, zijn onvoldoende om het verzuim te rechtvaardigen.
Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in aanwezigheid van griffier N. Khachatryan, op 18 augustus 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen van de beroepsgronden.