ECLI:NL:CRVB:2020:1785
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor maatgevende arbeid bevestigd
Appellante, voormalig machine operator, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 25 februari 2016 na een medische beoordeling die haar geschikt achtte voor haar maatgevende arbeid.
Appellante voerde bezwaar en beroep aan met medische rapporten van een psychiater en psycholoog, stellende dat haar psychische klachten werden onderschat en zij volledig arbeidsongeschikt was. De rechtbank en later de Centrale Raad van Beroep oordeelden echter dat de medische beoordeling van de verzekeringsartsen overtuigend was en dat er geen aanleiding was tot twijfel of het inschakelen van een onafhankelijke deskundige.
De Raad overwoog dat de latere toekenning van een WIA- en IVA-uitkering gebaseerd was op een toename van klachten na de datum in geschil en dat er geen medische gegevens waren die een ernstige psychische beperking op 25 februari 2016 onderbouwden. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellante is terecht per 25 februari 2016 beëindigd omdat zij geschikt werd geacht voor haar maatgevende arbeid.