ECLI:NL:CRVB:2020:1774
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening afgewezen wegens niet tijdige betaling griffierecht
Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere uitspraak van 1 augustus 2019. De Raad heeft haar bij brief van 29 januari 2020 en opnieuw bij aangetekende brief van 29 februari 2020 gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €128,- binnen een gestelde termijn.
Het griffierecht is niet binnen de gestelde termijn betaald, waardoor verzoekster in verzuim is geraakt. Op grond van de beschikbare gegevens kon niet worden geoordeeld dat verzoekster niet in verzuim was, waardoor het verzoek om herziening kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard.
De Raad heeft zonder inhoudelijke behandeling van het verzoek beslist dat het verzoek niet-ontvankelijk is en heeft geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum en uitgesproken in het openbaar op 6 augustus 2020.
Uitkomst: Het verzoek om herziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.