Uitspraak
19.4612 WUV
OVERWEGINGEN
A.M. Ohlenschlager. Zij heeft op basis van het bezwaarschrift en na heroverweging van de aanwezige gegevens het advies van Roelofs onderschreven.
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, erkend als vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), verzocht om vergoeding van kosten voor opname en verhuizing naar een verzorgingshuis. De Sociale verzekeringsbank wees dit verzoek af omdat geen medische noodzaak voor opname werd vastgesteld.
De Raad beoordeelde het bestreden besluit op basis van medische adviezen, waaronder die van artsen Roelofs en Engelberg, en concludeerde dat de psychische klachten van appellant, hoewel causaal aanvaard, geen noodzaak voor opname in een verzorgingshuis rechtvaardigen. Rapporten van psychiaters Maoz en Mitelpunkt boden geen nieuw inzicht dat tot een andere conclusie zou leiden.
De Raad oordeelde dat appellant ondanks slaapstoornissen goed functioneert en voldoende activiteiten ontplooit, waardoor het besluit deugdelijk is gemotiveerd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot weigering van vergoeding voor opname in een verzorgingshuis wordt ongegrond verklaard.