ECLI:NL:CRVB:2020:1768
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling medische noodzaak opname verzorgingshuis op grond van Wuv
Appellante, erkend als vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), verzocht om vergoeding van kosten voor opname in een verzorgingshuis en verhuizing. Verweerder wees dit verzoek af wegens het ontbreken van een medische noodzaak.
De Raad baseerde zich op medische adviezen van artsen Roelofs, Engelberg en Ohlenschlager, die concludeerden dat de psychische en lichamelijke klachten van appellante onvoldoende aanleiding geven tot opname in een verzorgingshuis. Rapporten van orthopeed Tenenbaum en psychiater Mitelpunkt bevestigden dit oordeel, waarbij de aanbevelingen niet gelden als een strikt medische indicatie.
De Raad oordeelde dat de beperkingen in mobiliteit en sociale isolatie niet zodanig ernstig zijn dat opname noodzakelijk is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat onvoldoende medische noodzaak is aangetoond voor opname in een verzorgingshuis.