ECLI:NL:CRVB:2020:1758
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante was werkzaam als uitzendkracht/productiemedewerker en meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten. Het UWV beëindigde haar Ziektewetuitkering na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek dat haar arbeidsgeschiktheid voor haar eigen werk bevestigde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond, vernietigde het besluit tot beëindiging van de uitkering, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat haar beperkingen werden onderschat, onder meer vanwege een foutieve inschatting van haar arbeidsomvang en onvoldoende rekening met haar psychische en lichamelijke klachten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij de verzekeringsarts alle relevante medische informatie, inclusief recente gegevens van de huisarts en behandelaars, had betrokken. De Raad vond geen aanleiding om te twijfelen aan de vastgestelde beperkingen en bevestigde dat appellante geschikt is voor haar eigen werk. De Raad verwierp het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, inclusief het in stand laten van de rechtsgevolgen van het bestreden besluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Ziektewetuitkering terecht is beëindigd en appellante geschikt is voor haar eigen werk.