ECLI:NL:CRVB:2020:1733
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning PTSS als beroepsziekte voor vrijwilliger politie wegens verjaring
Appellante, een vrijwilliger als bedoeld in artikel 2, onder c, van de Politiewet 2012, verzocht om erkenning van haar PTSS als beroepsziekte. Dit verzoek werd afgewezen omdat de Coulanceregeling PTSS niet op haar van toepassing is. De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze afwijzing.
De kern van de zaak is dat appellante sinds februari 2006 arbeidsongeschikt was wegens psychische klachten en in januari 2007 de diagnose PTSS kreeg. Vanaf dat moment had zij voldoende basis om een financiële aanspraak te maken. Omdat zij haar verzoek pas in 2014 indiende, was de wettelijke verjaringstermijn van vijf jaar verstreken.
Er zijn geen omstandigheden gebleken die haar hebben belet om tijdig een verzoek in te dienen. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is de erkenning van de ziekte als beroepsziekte terecht afgewezen. De overige beroepsgronden zijn niet inhoudelijk beoordeeld omdat deze niet tot een ander resultaat konden leiden.
Uitkomst: Het verzoek om erkenning van PTSS als beroepsziekte is afgewezen wegens verjaring en niet-toepasselijkheid van de Coulanceregeling.