ECLI:NL:CRVB:2020:1706
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, laatst werkzaam als customer service agent, meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 12 december 2017 vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering toe te kennen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat de medische beperkingen voldoende waren meegenomen en de klachten niet tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid leidden. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar klachten onvoldoende waren meegewogen en dat zij allergieën had die haar belemmerden, maar bracht geen nieuwe objectieve medische gegevens in.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV het medisch onderzoek zorgvuldig had uitgevoerd, dat de FML een juiste weergave van haar belastbaarheid gaf en dat appellante in staat was de geselecteerde functies te vervullen. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er was geen aanleiding voor inschakeling van een onafhankelijke deskundige of toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.