ECLI:NL:CRVB:2020:1609
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oordeel arbeidsvermogen ondanks psychische klachten en recente ziekte
Appellante, die bijstand ontvangt op grond van de Participatiewet, heeft een aanvraag ingediend voor beoordeling van haar arbeidsvermogen. Het UWV stelde vast dat zij een stoornis in pijnbeleving en bewegingsapparaat heeft, met beperkte belastbaarheid, maar wel over arbeidsvermogen beschikt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het besluit van het UWV ongegrond, omdat het onderzoek zorgvuldig was en er geen aanwijzingen waren voor psychische klachten of concentratieproblemen.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, aangevoerd door psychische klachten en een recente kankerdiagnose. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze nieuwe medische situatie pas na de datum in geding is vastgesteld en dat appellante haar standpunt niet met medische stukken heeft onderbouwd. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellante op de datum in geding arbeidsvermogen had.
De Raad bevestigde daarmee de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd gedaan door D. Hardonk-Prins in aanwezigheid van griffier H. Spaargaren.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het oordeel dat appellante op de datum in geding over arbeidsvermogen beschikte, wordt bevestigd.