ECLI:NL:CRVB:2020:1548
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor werk als wikkelaar
Appellante was ziekgemeld en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Het UWV stelde dat zij per 11 juli 2017 geschikt was voor de functie van wikkelaar en beëindigde het recht op ziekengeld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de medische rapporten voldoende gemotiveerd en inzichtelijk waren.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de rechtbank het rapport van haar medisch adviseur onvoldoende had meegewogen en dat sprake was van toegenomen klachten die haar arbeidsongeschiktheid bevestigden. De Raad benoemde een onafhankelijke verzekeringsarts als deskundige, die concludeerde dat appellante ondanks haar klachten geschikt was voor de functie van wikkelaar.
De Raad stelde dat het deskundigenrapport zorgvuldig en consistent was en dat er geen voldoende gemotiveerde betwisting was om het te verwerpen. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd dat het recht op ziekengeld per 11 juli 2017 is geëindigd.
Uitkomst: Het recht op ziekengeld van appellante is per 11 juli 2017 terecht beëindigd omdat zij geschikt was voor de functie van wikkelaar.