Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
€ 519,- te worden geheven.
BESLISSING
- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat van het college een griffierecht van € 519,- wordt geheven.
Centrale Raad van Beroep
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Volgens artikel 6:5 Awb Pro dient het beroepschrift de gronden van het beroep te bevatten. Het college heeft echter nagelaten deze gronden binnen de gestelde termijnen in te dienen, ondanks meerdere aanmaningen en een verlengingstermijn.
Bij brief van 5 februari 2020 verzocht het college om uitstel voor het indienen van de gronden, maar dit verzoek kwam na afloop van de termijn en er waren geen verontschuldigingen voor het verzuim. De Centrale Raad van Beroep oordeelde daarom dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is en kon zonder inhoudelijke beoordeling beslissen.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank blijft daarmee in stand. De Raad legt het college een griffierecht van € 519,- op. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.T.H. Zimmerman in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven op 21 juli 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van beroepsgronden binnen de gestelde termijnen.