ECLI:NL:CRVB:2020:1446
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht en ontbreken beroepsgronden
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald, ondanks meerdere herinneringen en waarschuwingen aan de gemachtigde van appellante.
Daarnaast bevatte het beroepschrift geen gronden van beroep, terwijl de gemachtigde van appellante meerdere malen in de gelegenheid is gesteld dit te herstellen binnen een gestelde termijn. Ook deze termijnen zijn ongebruikt voorbijgegaan.
Voorts is de schriftelijke machtiging, vereist voor de hoger beroepsprocedure, niet binnen de gestelde termijn ingediend, ondanks herhaalde verzoeken.
Gezien deze tekortkomingen is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling van de zaak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van griffierecht, ontbreken van beroepsgronden en schriftelijke machtiging.